
Vrijwillige Brandweer Landsmeer
Fuutstraat 2
1121 BN LANDSMEER
Tel: 020-4821573
Fax: 020-4823652
Brandweer@Landsmeer.nl
Een stukje Geschiedenis
Op 04-08-1662 werd te Landsmeer door Burgemeester en
Vroedschap een keur vastgesteld, dat een ieder enig brandbestrijdingsmateriaal
in huis moet hebben.
Om in geval van brand, ('t Welck God verhoede hulp te bieden).
Het materiaal bestaand uit:
Een leren emmer
Een lantaarn
Een gieter
Een leer of ladder
Brandhaken
Deze keur werd op 25-01-1670 aangevuld met het volgende:
Alle jaren daags voor Paesch diende het materiaal voor de deur naast de weg
zichtbaar ten toon te worden gesteld.
De emmers vol met water, de lantaarn met een kaars van twaalf in een pond.
Schout en Schepenen kwamen op bedoelde dag schouwen.
Als men aan deze verplichting geen gehoor gaf, werd men beboet voor de eerste
maal met vier stuivers. De tweede maal 8 stuivers.
Rond mei 1708 werd het eerst gesproken over de brandspuit.
Er word een bedrag van 1 gulden en 10 stuivers als opgaaf gedaan aan Maarten -
Pieterszoon voor het ophalen van de brandspuit uit het Dekkershuis (is daar
waarschijnlijk gerepareerd).
In 1714 leverde de brandweer van Landsmeer assistentie bij een brand in
Zuiderwoude.
In het kasboek lezen wij, dat een bedrag van 3 gulden werd betaald aan Jacob
Roele die met zijn volk en de spuit naar Zuiderwoude was gegaan om aldaar te
helpen bij de blussing van een brand.(beloning)
Augustus 1715, geassisteerd bij een brand te Ilpendam met de spuit.
Op 21 mei 1764 werd besloten een schuit te gebruiken bij brand.
Daar de spuit steeds vaker naar andere dorpen moest worden gesleept.
De schuit lag achter het weeshuis.
Wanneer er brand uitbrak, hetgeen vaak voorkwam in het dorp met al die houten
huizen, liepen de "dorpsgieters", naar de plaats des onheil, de
kerkklok moet door twee man worden geluid, voorts gaan 2 mannen , 1 voor Boordende
en 1 voor het Zuideinde met de ratel rond.
Op tweede kerstdag 1732 werd er vier gulden en zes stuivers betaald om bier te
kopen voor de brandweerlieden.
In 1746 assisteerden Doorschieten uit Landsmeer in Buiksloot en spendeerden
tijdens het blussen vier gulden aan bier.
In 1765 werd door de Burgemeesters en Vroedschap verplicht gesteld dat, een
ieder van Landsmeer en Watergang moeten zijn voorzien van een goede bekwame
lantaarn welke tijdens brand zo aan de weg zal moeten worden uitgehangen, als
mogelijk is.
Op een boete van 10 stuivers.
Anders zullen de inwoners van Landsmeer en Watergang voorzien van een gieter,
waarmede in ieder huisgezin een ten tijde van brand zowel in als buiten de
gemeente tijdig daar naar toe moeten gaan.
Een boete van 10 stuivers bij dag en 15 stuivers bij nacht word verbeurd. Er zal
van het een en ander een keur worden gemaakt en zodanig als nodig wordt geacht.
Tussen 1750 en 1850 is zo goed als niets terug te vinden in het archief.
In 1856 wordt er weer een keur opgesteld, waarin staat:
"Dat een ieder tussen de twintig en zestig jaar in dienst moet bij de
brandweer". Er werden rangen en standen ingevoerd.
Er waren brandmeesters (vergelijkbaar met de huidige commandant) en er was een
commandeur (bevelvoerder).
Deze twee hoge pieten waren herkenbaar aan een brandweerstaf, die ze in nood-
situaties bij zich moesten dragen.
De gewone Gieterlieden hadden een zinken of loden penning op zak. Bij een brand
of beproeving (oefening) werden de penningen in een bus gedeponeerd en later
werd de bus geleegd, zodat men kon zien welke lieden aanwezig waren en betaald
moesten krijgen.
Kwam men bij een brand niet opdagen, dan werd een boete van 25 gulden of een
hechtenis van drie dagen opgelegd.
Terwijl andere gemeenten in het begin van de vorige eeuw al aan een echte
brandweerauto dachten, kocht de zuinige burgemeester v/d Sluis in de jaren
1920-1930 water- leidingwagentjes, hetgeen bij een beetje brand ontoereikend was
en nog steeds was de dienst bij de brandweer een plicht. (De plichtbrandweer)
De echte modernisering van de brandweer gebeurde pas in 1943. Op last van de NSB-burgemeester
werd op 16 maart 1943 de Vereniging Vrijwillige Brandweer Landsmeer opgericht en
dankzij de inzet van wethouder Marines kocht men een motorbrandspuit, gemaakt
van een tweedehands vrachtwagentje van een eierboer. In de eerste jaren telde de
vereniging vele leden, want wie lid was, hoefde niet naar Duitsland voor Arbeidsdienst.
In de jaren vijftig groeide Landsmeer en de huidige kazerne werd gebouwd, voor
de brandweer- en vuilnisauto.
In 1969 werd de eerste gesloten tankautospuit aangeschaft, een DAF, die dienst
deed tot 1987. Later werd een Mercedes IVECO aangeschaft. In 1997 werd een
prachtige Dennis tankautospuit aangeschaft.
In 2005 is besloten dat de TAS ( Tank Auto Spuit )van Den Ilp zal worden vervangen. De TAS 7618 van Den Ilp is op 18 juni 2009 vervangen door een Volvo Tevens kreeg de 7618 gelijk een nieuwe roepnaam nu al met regio code en gemeente code en dan het TAS nummer. De roepnaam is nu 11-3032
Per 1 Februari 2010 heeft ook de
7638 en de 7648 hun andere roepnaam ontvangen en staat op de bestreffende
voertuigen.
De 7638 is nu de 11-3031 en de 7648 is nu de
11-3081